Offerte aanvragen link
Menu link link
Portretfoto van senior vitality consultant Caroline Slikker.
Caroline Slikker 16 juni, 2021

Leefstijl: de olifant in de (werk)kamer

Gezonde medewerkers die goed voor zichzelf zorgen: wie wil dat nou niet? Toch blijft leefstijl een lastig onderwerp om bespreekbaar te maken binnen je organisatie. Want in hoeverre kun jij je ‘bemoeien’ met hoe een medewerker leeft? Dit roept al snel weerstand op. Hoe komt dit? En kun je je medewerkers eigenlijk wel tot gezond gedrag stimuleren? In deze blog neem ik je hier in mee.

Werk en privé

Leefstijl is de manier waarop we leven. In de volksmond gebruiken we de term leefstijl vooral voor gedrag dat de gezondheid bevordert. Hiervoor kijken we naar de BRAVO-thema’s bewegen, roken, alcohol, voeding en ontspanning (slaap). Kortom: thema’s die gaan over het privéleven van jouw medewerkers. Dit is precies waarom het zo’n gevoelig onderwerp op de werkvloer is. Want in hoeverre heb jij het recht om je hier als organisatie mee te bemoeien?

 

Ondermijnen van autonomie

Wanneer jij wilt dat een medewerker anders gaat leven, ondermijn je zijn of haar autonomie. Het is belangrijk om te begrijpen dat autonomie, het gevoel van keuzevrijheid, één van onze basisbehoeften is. Zeker wanneer je je als leidinggevende gaat bemoeien met zaken die zich vooral in de privésfeer afspelen, beïnvloed dat het gevoel van autonomie. Dat betekent in dit geval dat een medewerker waarschijnlijk zegt: ‘bedankt voor de tip’, maar zal denken: ‘bemoei je er niet mee’.

 

Geen tact? Grote gevolgen

Spoor je medewerkers goedbedoeld, maar met te weinig tact, aan om gezonder te leven? Dan leidt dit vooral bij medewerkers die het het hardst nodig hebben tot gevoelens als: niet goed genoeg zijn, schuldgevoel, angst (voor consequenties) en/of schaamte. Uit onderzoek blijkt keer op keer dat deze gevoelens het probleem op lange termijn verergeren.

 

Weten, willen, kunnen

Daarnaast heerst bij veel mensen het idee dat ’weten’ ook ‘willen’ is en dat ‘willen’ ook ‘kunnen’ is. Maar dat iemand wéét dat hij elke dag minimaal dertig minuten moet bewegen, wil niet zeggen dat hij dat ook wil doen. En als iemand het wél wil doen, dan betekent dat niet dat het ook daadwerkelijk lukt om het gedrag te veranderen. Laat staan vol te houden. Het is belangrijk om hier als organisatie besef van te hebben. Om als organisatie iets aan de leefstijl van medewerkers te kunnen bijdragen is het volgende nodig:

We onderscheiden twee vormen van motivatie: autonome motivatie en gecontroleerde motivatie.

Mogelijke invloed leidinggevende

Uit bovenstaande punten blijkt wel dat leefstijl, gedragsverandering en vitaliteit complexe vakgebieden zijn. De leidinggevende kan invloed uitoefenen vanuit zijn eigen rol. Hoe? Met stip op één staat: een medewerker laten weten dat hij (oprecht) gewaardeerd en gerespecteerd wordt.

Daarnaast is het verstandig om als leidinggevende:

  • Een medewerker te beoordelen op zijn werk, niet op zijn gedrag of uiterlijk. Overgewicht is níet per definitie ongezond;
  • Weg te blijven van goedbedoelde leefstijladviezen;
  • Een cultuur te creëren waarin (wandel)pauzes en de tijd nemen om rustig te eten de norm zijn;
  • Te begrijpen wat autonome motivatie inhoudt en daarop sturen;
  • Te zorgen dat een medewerker de mogelijkheid heeft om aan de slag te gaan met een leefstijl- en/of vitaliteitsprofessional;
  • Zoveel mogelijk een gevoel van veiligheid en inclusie op de werkvloer te creëren. Want stigmatisering is de snelste weg naar grote(re) problemen.

Tipsheet: bewegen op kantoor

Benieuwd wat jouw organisatie kan doen om beweging op de werkvloer te stimuleren? Download dan deze tipsheet en ontvang 7 handige tips.

Download tipsheet link

Vitaler personeel? Ontvang eens per kwartaal de laatste inzichten in onze gratis nieuwsbrief.

Inschrijven nieuwsbrief link
Werknemer
background
top